Posts tonen met het label bamboefluit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bamboefluit. Alle posts tonen

woensdag 23 december 2015

Traditiegetrouw Kerstspelen 2015

Ieder jaar speelt het Fluitzolder Ensemble onder leiding van Mirte Lohmann kerstmuziek. Samen met oud-leden wordt half december bekend kerstrepertoire gespeeld. 

We spelen 15 liedjes, drie of vier stemmig. De meeste worden a vue gespeeld, sommige vragen wat oefening en worden stapsgewijs opgebouwd. We eindigen traditie getrouw met favoriet Stille Nacht.

Hieronder de speellijst, die ieder op tijd krijgt toegestuurd, om nog eens door te spelen. Met stemverdeling uiteraard. De nummers achter de titels refereren aan Alberts Nummering, de digitale ordening in het ensemble repertoire.

En dit is mijn favoriet:
Er is een roos ontloken
uit barre wintergrond





Een fijne kerst!
Fetsje Luimstra



Programma voor Kerst 2015

1. Hark the angels AN57
2. Courante AN63
3. Maria die zoude AN
4. Maria /doornwoud AN
5. Nu zijt wellekome AN21
6. Away in a manger AN134
7. Ein Ros + Vom Himmel AN61+62
8. Midden in de winternacht AN
9. Joy to the world AN80
10. O little one sweet AN
11. Entre le bœuf oude versie AN5
12. Noël de Saboly AN108
13. The holly and the ivy AN161
14. Ding dong merily AN54
15. Stille nacht AN100




zaterdag 12 december 2015

De gelukkige les voor het bouwen van bamboefluiten (concentratie) 6

Er ontbreekt nog één gaatje en dat is het duimgat aan de achterkant van de fluit. Dat gaan we vandaag, in de les kort na Sinterklaas, maken. En we gaan verder met het schrapen en schuren.

Het sinterklaasgebeuren is voorbij. Aan het binnenkomen van de kinderen is de werking van het snoep en de suiker te zien. Het duurt vrij lang voordat ze zich herpakken en om de instructietafel komen staan. Ik schat in dat een hele les fluisteren niet lukt, hoogstens een half uur.

Ik vertel dat ik het bovenste gaatje soms naar boven heb gevijld (cis) en soms naar beneden (c).
Aan de achterkant van de fluit heb ik een puntje gezet voor het duimgat. Door goede samenwerking van de kinderen met het boren zit het duimgat er bij iedereen na twintig minuten in.
Het heel precies afwerken van de knoop.
Al pratend schrapen en schuren de kinderen. Af en toe valt de stilte van de volledige concentratie. Dat zijn de kostbare momenten.
Welke versiering maak ik op mijn fluit?
Er is een geluk bij een ongeluk te melden vanuit het "bamboeziekenhuis". De boor die door de achterkant van de fluit was gegaan, had een gaatje gemaakt vlak onder het puntje voor het duimgat. Door het gat groter te maken, kreeg hij toch de goede toon.

Aan het einde van de les kunnen de kinderen alle tonen spelen. Eén voor één laten ze de grondtoon van hun fluit horen. Meester Ferdinand is heel verbaasd dat elke fluit z'n eigen klankkleur heeft en toch dezelfde toonhoogte. Volgende week gaan we de fluit afwerken.

Bea Kloosterman.

zaterdag 21 november 2015

De gelukkige les voor het bouwen van bamboefluiten (fluisteren) 3

Alle fluiten krijgen in deze les dezelfde grondtoon. De instructiestappen vragen minder voorbereiding dan de "moeilijke" dingen die het hart van de fluit raken.

De kinderen komen na de pauze - uit zichzelf  en meteen - om de instructietafel staan met de vraag: "Wat gaan we vandaag aan de fluit doen?" De meeste kinderen knikken instemmend. Ze zijn gemotiveerd en gericht op de les. Een héél gelukkig begin voor mij om met de uitleg te beginnen.

Eerst laat ik het bandje zien om de fluit die opgenomen is geweest in het "bamboeziekenhuis" en ik zeg hoe dit kon gebeuren. Ik vertel dat ik de kurken passend heb gemaakt door er - soms - een stukje tape of een stukje vilt om te doen. De kinderen mogen de kurk afzagen - heel voorzichtig -  en ik laat de tanden van de zaag voelen.

We meten de grondtoon met het stemapparaat. Als je een stukje van de fluit afzaagt wordt de toon hoger.  Ik blaas alleen op de fluit zodat bacteriën niet verspreid worden en het niet nodig is om het mondstuk telkens te desinfecteren. De kinderen kijken op het apparaat om te zien of de D oplicht en het wijzertje op de nul staat.
Nog een smal ringetje zagen en dan staat de wijzer op nul.
Een stemapparaat is gevoelig en als er gepraat wordt geeft hij niet de goede toon aan. Dus moet er gefluisterd worden en dat oefenen we even.
Fluisterend praten over je fluit.
Bij meester Ferdinand hebben de kinderen twee stemgaatjes geboord. Ook hebben ze aan hem hulp gevraagd bij het mooi maken van het mondstuk met een grote halfronde vijl. Als het mondstuk prettig voelt op de onderlip mogen ze even blazen. Alle fluiten hebben nu dezelfde grondtoon.

Bea Kloosterman

maandag 2 november 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort Slot

Dit is het laatste bericht van deze serie. Hieronder zie je het resultaat van 7 lessen van anderhalf uur precisiewerk met bamboe en 7 uur "kabouteren". Twaalf fluiten en heel veel prachtige versieringen, kijk maar!

Twee kinderen hebben een les gemist. Hun fluiten zijn er nog niet bij.

Deze sopraanfluiten wachten om hun tonen te laten klinken

 
Details van de versieringen op de fluiten


 Ik ga nu fluiten bouwen met de andere helft van de klas.

Bea Kloosterman

woensdag 21 oktober 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort (branden) 7.

Ik had tussen deze lessen weinig tijd nodig om de toonhoogte van de hoge d in orde te maken. Een enkele keer moest ik het gaatje iets groter maken. Nu gaan we de fluit versieren en politoeren.

Met potlood schrijf je je naam op de fluit (niet te klein). Met een brandapparaat ga je over de letters die nu in de fluit worden gebrand. Ik leg uit waar je het brandapparaat kunt vastpakken zonder brandwonden op je hand te krijgen. Omdat je over een rond oppervlak gaat, schiet de punt van het brandapparaat snel uit. Daarom steun je je hand op een werkplankje. Ik laat zien hoe je dan beter kunt sturen (zie ook het blog van 29 - 10 - 2014).
Met een brandapparaat je naam in de fluit branden.
Wil je jouw fluit nog verder versieren dan kun je een tekening op de fluit maken en die inbranden.
Als je geen ideeën hebt dan kun je kiezen uit een map met voorbeelden. Met een overtrekpapier trek je de gekozen figuur over. Je legt carbonpapier op de fluit en trekt het figuur nog een keer over. Zo verschijnt deze op de fluit. En dan inbranden. Ik zie Keltische figuren, uiltjes, dolfijnen, leeuwen enz.
De laatste keer politoeren...................de fluit is klaar!!!
Nu leggen we de laatste hand aan de fluit. Eerst wordt de fluit ingesmeerd met paraffine. Op een ander doekje komt politoer. Door hard boenen (door de ontstane warmte) vermengen paraffine en politoer zich tot een soort schellak. Deze twee handelingen moeten nog twee keer herhaald worden en dan......... is de fluit goed beschermd tegen vuil en een beetje tegen temperatuurwisselingen (zie ook het blog van 28 - 8 - 2014).

Bea Kloosterman

zondag 11 oktober 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort (schrapen) 6

De bovenste gaatjes, de a, de b en de cis heb ik in de tussentijd gecontroleerd op toonhoogte. Hier en daar was nog een streek van de vijl nodig ("kabouteren"). Aan de achterkant van de fluit zet ik met de priem een puntje voor het laatste gaatje: de hoge d. Die gaan we in deze les maken. En daarna komt ook  de afwerking. 

Het boren van het laatste gaatje is heel snel gebeurd. De samenwerking gaat goed hoewel de kinderen een beetje wiebelig zijn. Ik had de instructie ook met weinig overtuiging gegeven.

Met een schraapstaal het huidje eraf schrapen.

Dan moet het huidje van de fluit afgeschraapt worden. Daarvoor hebben we een schraapstaal nodig. Dat is een rechthoekig plat stukje ijzer. Aan de vier lange kanten zit een braam van ongeveer 1 millimeter. Als je met je vinger over het ijzer gaat, voel je aan de uiterste kanten een braam. Je doet je hand om het schraapstaal en trekt met de braam het velletje eraf. Je ziet slierten op je tafel komen.

Schuren met grof, middel en fijn schuurpapier.

Als dat klaar is maak je de fluit mooi glad met schuurpapier. Eerst grof, dan middel, daarna fijn schuurpapier. Tenslotte nog met staalwol erover en dan is de fluit zijdezacht (zie blog van 29 - 10 - 2014).

Bea Kloosterman

maandag 5 oktober 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort (drie bovenste gaatjes) 5

In de tussentijd heb ik in het tweede kwart vanaf de bovenkant van het venster drie stipjes gezet met de priem. Want we maken vandaag de gaatjes voor de a, de b en de cis. Bij de controle van de toonhoogte van de e, de fis en de g moest ik af en toe iets "kabouteren".

Het fluisteren, het samenwerken en de concentratie gaan allemaal goed. Vandaag gaan we oefenen in het niet door elkaar heen praten en/of fluisteren, maar even wachten tot de ander klaar is met zijn of haar zin.
Samenwerken bij het boren van een gaatje.


Het boren van de gaatjes gaat vrij vlot, mede door de goede samenwerking: de één houdt de fluit vast en de ander boort het gaatje (zie ook het blog van 15 - 10 - 2014). Bij controle op de toonhoogte geef ik weer met potlood aan tot hoever het gaatje uit gevijld moet worden. Dat gaat nu op de goede manier (zie foto).
De fluit op de zijkant leggen en het gaatje uit vijlen.

Als de gaatjes klaar zijn kan er geschraapt worden. Daarover de volgende keer meer.

Bea Kloosterman.

maandag 28 september 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort (drie onderste gaatjes) 4

De fluiten zijn nu op grondtoon. Het "kabouteren" bestond dit keer uit het controleren van de grondtoon d. Bij een enkele fluit heb ik nog een ringetje afgezaagd. We gaan nu de gaatjes maken voor de e, de fis en de g.

Vanaf de bovenkant van het venster plakken we een strook tape tot aan de onderkant van de fluit.
Die strook meten we op met een liniaal en verdelen we in kwarten. Ik help even door eerst de helft af te meten en daarna weer de helft van beide helften.

De fluit is verdeeld in kwarten. Het gaatje van de e is goed. De fis moet nog groter worden.

Naast het onderste kwart maak ik een gaatje met de priem. Daar wordt het eerste gat geboord om de toon e te krijgen. Ik controleer met het stemapparaat of de toon goed is. Met potlood zet ik een lijntje om het gat zodat de kinderen weten tot hoe ver ze moeten vijlen. Als de toon goed is meet ik op waar het volgende gat moet komen, de fis en daar zet ik een puntje met de priem. Zie ook het blog van 15 oktober 2014.

Er liggen boren klaar voor de e, de fis (een dikkere boor) en de g (een dun boortje). Aan elke boor zit een vlaggetje met een e, fis of g.

Marion controleert of de namen goed op de fluiten staan.

Wie klaar is, kan verder gaan met schrapen. De kinderen hielden zich goed aan de afspraken: er werd gefluisterd en het opruimen ging prima.

Bea Kloosterman

maandag 21 september 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort (grondtoon ) 3


De fluit is "geboren". Bamboebuisjes zijn zelden kogelrond. Met plakvilt en/of tape heb ik de kieren gedicht (het zgn. "kabouteren" ). Als je door de buis kijkt, zie je alleen het licht dat door het kanaal komt. Bij het blazen op de fluit aan het eind van de vorige les bleek dat de toonhoogte heel verschillend is. Daarom gaan we in deze les stemgaatjes maken en de fluit afzagen op grondtoon.

Het laatste kwartier van de vorige les was een rommeltje. We schrijven nu achter alle opruimactiviteiten een naam. Ook de afspraken voor de les worden even herhaald (zie blog van 6 september 2015).

Aan de zijkant van de fluit, 2 cm. vanaf de bovenkant van het venster wordt een gaatje geboord van 1 mm. Een halve cm schuin naar onderen nog één. De fluit wordt lager als je de stemgaatjes dicht doet en hoger als ze open zijn. Dat is belangrijk voor het samenspel.

Twee stemgaatjes boren met een boortje van 1 mm.

Eerst stel ik met behulp van een stemapparaat de toonhoogte vast. Ik weet dat er per halve toon 1 cm van de bamboebuis afgezaagd moet worden. Met potlood geef ik dat aan op de fluit.  Rondom de potloodstreep wordt een tapeje geplakt. Het zagen gebeurt draaiend om ervoor te zorgen dat er geen splinters komen. De wijsvinger leg je tegen de zijkant van het zaagblad  om te voorkomen dat de zaag wegschiet en een beschadiging maakt op de fluit (zie 't blog van 8 oktober 2014). Een moeilijk werkje dat soms tot frustratie leidt. De kinderen die snel klaar zijn kunnen het mondstuk mooi afwerken en verder gaan met schrapen.

 Het afzagen van een ringetje (de wijsvinger tegen de zijkant van het zaagblad).
Aan het eind van de les blazen de kinderen eerst één voor één op de fluit en daarna samen.
De grondtoon is nog niet helemaal gelijk maar de verwonderde gezichten spreken boekdelen.
Ook bij meester Ferdinand.

Bea Kloosterman




donderdag 10 september 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort (kanaal en vensterbank) 2

In deze les maken de kinderen een kanaal en een vensterbank in de fluit. Overigens hadden ze zich goed aan de afspraken gehouden (zie blog 6 september 2015). Er was maar een enkele waarschuwing nodig. 

Als voorbereiding heb ik de rechthoekjes nagekeken. Het is een nauwkeurig werkje dat te veel tijd neemt in de klas.Een wijde buis heeft een groter venster dan een smalle buis. Vanuit dat rechthoekje heb ik twee lijntjes getrokken aan de binnenkant van de buis. Dat wordt het kanaal. We noemen deze werkzaamheden: "kabouteren" (Zie het blog van 3 okt 2014).

Verschillende venstermaten samenhangend met de doorsnee van de buis.


Heel geconcentreerd en precies volgens de instructie vijlen de kinderen het kanaal 2 mm. diep.
Nu nog een vensterbank aan de voorkant en je kunt bij meester Ferdinand een kurk uitzoeken en passend maken.
De vensterbank maken. Je ziet het schraapsel van het afschrapen van de fluit (tussenwerkje)

De kurk passend maken.
Ik snijd een vlakje van de kurk, duw de kurk weer in de fluit, de leerling blaast en.......... er klinkt een toon: De fluit is geboren!

Bea Kloosterman


zondag 6 september 2015

Precisiewerk met bamboe op de Vrije School in Amersfoort (tussenschot) 1

De vijfde klas (groep 7) mag een fluit bouwen.  De kinderen hebben al vier jaar op een leenfluit van de school gespeeld. Het is heel spannend om nu je eigen fluit te maken. En het bouwen van een bamboefluit vraagt veel nauwkeurigheid. 27 kinderen is te veel om te begeleiden bij dit intensieve werk. Daarom begint de helft. 

De leerkracht, meester Ferdinand, en ik spreken af dat hij orde houdt en dat ik mij volledig concentreer op het bouwen.
Met de kinderen maak ik de volgende afspraken:

  • heel goed opletten bij de uitleg
  • als je niet alles kunt onthouden kun je het nalezen op de lijst of nakijken op de foto's.

De rode opdracht wordt bij mij gedaan en de groene bij de leerkracht.
  • praten zonder je stembanden te gebruiken, d.w.z. fluisteren.
  • goed zorgen voor je materialen (een mapje gevuld met vijlen kost ongeveer 60 euro).
  • je krijgt één waarschuwing en bij de tweede overtreding leg je je werk een kwartier neer.

We beginnen met het magische moment van het uitzoeken van het buisje. Als je geconcentreerd de buisjes door je handen laat gaan, voel je welk buisje voor jou geschikt is: dik of  dun of licht of zwaar of een speciale kleur.
Met veel aandacht worden de buisjes bekeken, gevoeld en beoordeeld.

Eerst wordt het tussenschot weg gevijld.
Zij vijlt het tussenschot weg.

We meten wat de wijdste kant is. Dat wordt de bovenkant. Nu moeten we nog bepalen wat de voorkant wordt (de platste kant). Een schuin stukje afzagen voor het mondstuk is het moeilijkste werkje. En dan nog een gaatje boren voor het venster. Zie ook het blog van 27 september 2014.
Ziezo, les 1 zit erop.

Bea Kloosterman                                           
                                                                                                                                                                                                                                                      





zaterdag 13 juni 2015

Suling, een andere bamboefluit

Gast blogger Iris Hos Engelhart beschrijft hier de Suling, een bamboe blaasinstrument met een uitwendig kanaal, gemaakt op Bali. De fluit heeft dezelfde grondtoon als onze sopraan bamboefluiten en een andere, eigen stemming. 

Toen ik Bea de laatste keer kwam opzoeken gaf ze mij een bamboeblaasinstrument met een uitwendig kanaal en (daardoor) een inwendige vensterbank. Een dunne strook bamboe is met een sierknoop om de bovenkant van de fluit vastgezet en vormt zo ook de bovenkant van het kanaal. Dat kanaal is niet rechthoekig, maar loopt met de ronding van de buis mee. Op de eerste afbeelding is goed te zien dat het om beide lange kanten van het kanaal gaat. Het muziekinstrument wordt een SULING genoemd.

De lengte en de bamboedikte bepalen de stemming en ja, natuurlijk ook de grootte van het venster, net als bij onze bamboefluiten. Deze fluit had dezelfde grondtoon als onze sopraanbamboefluit maar de stemming was een beetje anders.
Je zou dan kunnen denken: "Zo'n fluit is toch maar voor de toeristenmarkt gemaakt en daarom niet zo precies gestemd". Maar waarschijnlijker is, dat de stemming uitgaat van een eigen toonsysteem.
Er zijn op de wereld diverse systemen om te stemmen. Onze oren zijn gewend aan de hele en halve tonen, die we met elkaar met elkaar zo afgesproken hebben, maar er waren ook tijden en er zijn ook districten waarin de afspraken anders waren. Soms zelfs waren er helemaal geen afspraken! Met als gevolg dat het voor ons vals klinkt als "onze" afspraak niet nageleefd wordt. Maar vals en zuiver blijken in verschillende culturen dus een verschillende inhoud te hebben! Als je daar meer over wilt weten google dan naar de verdeling van het octaaf.

Het materiaal waarvan sulings gemaakt worden is schizostachyum blumei. een zuidoost Aziatische bamboesoort. Grappig is dat deze soort van nature een matte bast heeft, alsof de bovenste laag eraf geschraapt is. Ook bestaat de fluit uit één lid, dat is het stuk tussen twee knopen. De bamboesoort komt uit Kalimantan (Borneo), groeit nu ook op Sumatra en is op Java geïntroduceerd.

De productie van de planten is voor lokaal gebruik, meest voor vishengels en fluiten. De versiering bestaat vaak uit een draak die sierlijk met dunne lijntjes om de gaten van de fluit ingebrand is. Deze afbeelding lijkt erg op de versiering op "mijn" suling. Helaas is hier geen sierknoop gemaakt, maar alleen een touwtje om de bamboestrook vast te knopen. Aan de achterkant zijn tekens die ik niet kan ontcijferen en de tekst: Tirtagangga (Bali)

Leuk hè, zo'n cadeautje! Ik ben er erg blij mee.

Iris Hos Engelhart



woensdag 25 februari 2015

Samenwerken met je fluit (deel 2)

Er moet lucht door de fluit om hem te laten klinken. Hoe blaas je in of door je fluit? Wat heb je aan een trippelende muis en een spuugwedstrijd?

Je kunt een diepe zucht slaken en dan komt er geluid uit je fluit. Je kunt met je keel huu huu zeggen. De keel beweegt een beetje en we noemen dit een keelaanzet. Je kunt ook je wangen heel bol maken en met veel kracht door de fluit blazen. De toon gaat dan overblazen.

Bellen blazen of een kaars naar één kant blazen zonder dat hij uitgaat.
Een mooie toon krijg je door duu te zeggen voor de laagste toon en tuu voor alle andere tonen. Dat doe je met het puntje van de tong. Die tong is vaak onwillig en moet geoefend worden.
Dat doe je door:


  • de regen laten tikken: ti ti ti of 
  • een muis laten trippelen: t t t t t of 
  • ritmes op één toon laten nadoen: ta ta to

  • Je kunt ook bellen blazen of de vlam van een kaars naar één kant blazen zonder dat de kaars uitgaat.

    Ik organiseer wel eens een spuugwedstrijd voor de kinderen. De spelregel is: spugen door je tanden met samengeknepen lippen. Daarmee worden op enthousiaste wijze de tong en de spieren rondom de lippen geoefend.

    Bea Kloosterman

    woensdag 18 februari 2015

    Samenwerken met je fluit (deel 1)

    Als je een mooie toon wilt laten horen moet de samenwerking van de speler en de fluit goed zijn. Hoe dat in zijn werk gaat leg ik hier uit.

    Ik maak een ronding in het mondstuk die heel goed past bij de onderlip van de speler. De fluit rust op de onderlip en de bovenlip gaat er iets overheen. De fluit steekt dan schuin naar voren en maakt een hoek van ongeveer 45 graden met het lichaam.

    De ronding in het mondstuk.
    De rechterhand houdt de onderste drie gaatjes dicht. De pink steunt tegen de zijkant van de fluit en de duim tegen de achterkant. De linkerhand houdt de bovenste gaatjes dicht. De pink steunt tegen de zijkant en de duim sluit het gaatje aan de achterkant.

    En nu blazen...... daarover vertel ik de volgende keer.

    Bea Kloosterman

    donderdag 29 januari 2015

    30 sopranen bouwen in 1 week

    Op de Geert Groote school, vrije school voor basisonderwijs in Amsterdam, hebben 30 leerlingen in 1 week een sopraanfluit met 3 gaatjes gebouwd. Wat heb je daarvoor nodig? En hoe organiseer je dat?

    We hadden vijf lessen van zeven kwartier, in één week tijd. Ik besteedde veel aandacht aan de voorbereiding. Om te beginnen vroeg ik naast de leerkracht per dag twee gezellen
    - gediplomeerde bouwers -  om mij te assisteren. Ik zorgde dat er voldoende gereedschap was voor 30 kinderen. Ik heb lijstjes gemaakt van de gereedschappen die voor de klus van die dag klaargelegd moeten worden voor de kinderen en voor de gezellen.

    Ook maakte ik werklijsten met daarop de taken van de dag: een groene taak kunnen de kinderen zelf doen en voor een rode taak moeten ze in de rij gaan staan bij een van de gezellen.



    Als een kind zelf het onderdeel heeft afgewerkt wordt dat na de les door de gezellen vervolmaakt. Dit ‘kabouteren’ kost 2 á 2,5 uur per dag.

    De laatste twee lessen fluiten we even met de kinderen. We speelden Het liedje van de A. De juf en de kinderen proeven van de mogelijkheden van de bamboefluit.

    Hetty van Geene


    woensdag 24 december 2014

    Het "innerlijk" en het uiterlijk van de fluit.

    Voor het bouwen van de fluit zijn technieken nodig. Voor het versieren ook. Ik noem dat het uiterlijk van de fluit. Maar het allerbelangrijkste is het "innerlijk" van de fluit, de klankkleur. Ook de klankkleur van de fluit kun je beïnvloeden.

    Onder het "innerlijk" van de fluit versta ik het geluid: luid, hees, zacht, hard, fluisterend, met of zonder ruis, gesluierd, dun, ijl, helder, mysterieus. Als de toonhoogte hetzelfde is, kan de klankkleur oftewel het timbre heel verschillend zijn. Als voorbeeld neem ik een dun buisje. De toon wordt meestal helder en klein. Bij een dikke buis wordt de toon vaak stevig en fors.

    Er zijn korte dikke en lange dunne fluiten.

    De bouwer probeert de klank die bij een bepaalde buis past, optimaal te maken. De mogelijkheden daarvoor zijn: werken aan de vensterbank, aan de opening tussen de kurk en het kanaal, aan de gladheid van het afgesneden stukje van de kurk en aan het verder afschuinen van de vensterbank. Dat vraagt soms heel veel tijd maar het is de moeite waard.

    Bea Kloosterman



    vrijdag 12 december 2014

    De gereedschappen voor het bouwen van een bamboefluit.

    Om een goede fluit te bouwen heb je gereedschap nodig van een hoogwaardige kwaliteit.
    Bamboe is immers veel harder dan hout. 

    Je ziet op deze foto een ondergrond plaat liggen van hardboard van 50  x 70 centimeter. Daarop ligt een ijzerzaagje, een werkplankje en een etui. In het etui zit: 1 potlood, 1 liniaal, een grote en een kleine ronde vijl, een halfronde vijl en een platte vijl. Het ijzeren plaatje is een schraapstaal.
    Het werkplankje is handig voor het werken aan de fluit zodat hij niet weg rolt.


    Een boor is onmisbaar: wij gebruiken een handboor, waarmee je rustig en veilig kunt boren. We gebruiken metaalboren in diverse maten.

    Verder heb je ook een beetje schuurpapier, staalwol en paraffine en politoer nodig.

    Bea Kloosterman

    woensdag 26 november 2014

    Ouders bouwen een fluit voor hun kind

    Op de Vrije School de Vuurvogel in Driebergen bouw ik met de ouders een sopraanfluit voor hun kind. In twee avonden bouwen ze een fluit zonder gaatjes waar hun kind op gaat spelen en gaatjes in gaat maken.

    Drie gezellen (gediplomeerde bouwers) komen mij helpen bij het begeleiden van het bouwen van de fluiten. Er komen een kleine twintig ouders. De eerste avond kiezen zij een bamboebuisje en voegen zich bij een gezel. Die geeft de aanwijzingen voor het bouwen. Daarover kun je lezen in het blog van 27 september.

    Aan het eind van de eerste avond hard werken, komt er een aarzelende toon uit de fluit. Elke gezel gaat die toon thuis optimaliseren, d.w.z. venster, kanaal, vensterbank en kurk op de millimeter nauwkeurig passend maken. Dat is het "kabouteren" in het blog van 3 oktober.

    De tweede avond begeleidt elke gezel elke gezel een onderdeel: het  mondstuk mooi maken, op de grondtoon afzagen (zie blog 08 - 10 - 2014),  versieren d.m.v. branden (zie blog 29 - 10 - 2014), of politoeren (zie blog 28 - 08 - 2014).

    Zo ziet de fluit zonder gaatjes er uit.

    Halverwege de avond komt de grote verrassing. Alle ouders blazen op hun fluit en horen dezelfde toon. Onder leiding van de maestro (dat is een "meester" in het Bamboefluitersgilde) moeten ze lange en korte noten blazen (de partituur). Na elke regel is er een tussenspel, eerst van de sopraan, dan van de alt, daarna komt de tenor en tenslotte de bas. Vervolgens speelt iedereen samen: een heus bamboe-orkest.

    De maestro leidt het bamboe-orkest.


    De kinderen in de klas spelen aanvankelijk met één toon. Als de juf vindt dat de kinderen aan de volgende noot toe zijn, ga ik naar de school om met de kinderen een nieuwe noot in de fluit te maken. Daarover vertel ik een volgende keer.

    Hetty van Geene

    


    donderdag 13 november 2014

    Waarom is de grondtoon geen c?

    Waarom bouwen jullie geen bamboefluiten in de stamtoonladder, de toonladder van c? Dan kun je samenspelen met een blokfluit en je kunt ook de blokfluitmuziek gebruiken. Een vraag die vaak gesteld wordt.

    Bamboefluiten hebben een cilindrische boring en de moderne blokfluiten een conische boring d.w.z. ze lopen aan de binnenzijde taps (schuin) toe. Bij het samenspel van conische blokfluit en cilindrische bamboefluit overheerst de klank van de blokfluit te sterk. Samenspel van bamboefluit en bijvoorbeeld luit, gitaar, strijkpsalter of citer gaat beter.

    De grondlegster van de bamboefluit is Margaret James. Zij begon zo'n 80 jaar geleden met het bouwen van bamboefluiten in d. Dat voorbeeld werd in veel landen overgenomen, ook in Nederland.

    In Zwitserland eiste de muziekopleiding ook een sopraanbamboefluit in c. Het is dus best mogelijk bamboefluiten in c te bouwen, maar de noodzaak is hier niet strikt aanwezig.

    Iris Hos

    woensdag 29 oktober 2014

    De fluit mooi maken

    De binnenkant van de fluit is prachtig geworden. Nu nog de buiten kant. De buitenkant heeft soms vlekken of  beschadigingen. Die onvolkomenheden halen we weg met het schraapstaal en we beschermen de fluit door te politoeren.

    Ik laat de kinderen zien wat een schraapstaal is. Ze voelen met de toppen van de vingers over het rechthoekige, ijzeren plaatje. Aan weerskanten zit een klein opstaand randje van ongeveer 1 mm.
    Ik doe voor hoe je met dit randje de huid van de fluit schraapt. Bij de knoop - de dikke rand - gaat het soms moeilijk en dan help ik even.

    Met het schraapstaal de huid van de fluit schrapen
    Als de fluit geschraapt is, wordt hij geschuurd met schuurpapier: eerst met grof en daarna met fijn. Tenslotte gebruiken we staalwol. De fluit is dan spiegelglad.

    Schuren met schuurpapier
    Nu mag de naam met potlood op de fluit geschreven worden. Ik leg uit hoe het brandapparaat werkt en dan wordt de naam in de fluit gebrand. Sommigen tekenen nog een versiering die er ook ingebrand wordt.



    Zo brand je een figuur op de fluit
    Ter bescherming van de fluit tegen vieze vlekken gaan we politoeren. Ik doe voor hoe je de fluit eerst helemaal insmeert met paraffine. Daarna doe je op een ander doekje een beetje politoer en dan ga je heel hard wrijven. Er komt een soort (schel) lak op de fluit.  Die twee handelingen doe je drie keer.
    Nu is de fluit helemaal klaar!

    Insmeren met paraffine
                                             
    Hard boenen met politoer

    Bea Kloosterman