woensdag 22 oktober 2014

En nu een liedje spelen


Alle gaatjes zitten nu in de fluit. Hoe klinken al die verschillende tonen? Dat ga ik met de kinderen onderzoeken door een liedje te spelen.

Ik doe voor hoe ik met mijn rechterhand de onderste drie gaatjes sluit ( met de ringvinger, de middelvinger en de wijsvinger). Met mijn linkerhand sluit ik de bovenste drie gaatjes (met dezelfde vingers als die van de rechterhand) en met mijn linkerduim het achtergaatje.

Dan speel ik met mijn rechterhand het liedje De stoker en de machinist... d - g - g - fis - fis - e -e - d. De kinderen spelen mee. Ze kennen het nog uit klas 3 en klas 4. Dat klinkt heel mooi.
                                                                               
Uit: Speenkruid 1 verzameld door Truus ten Cate.
 
Dan spelen we hetzelfde liedje met de linkerhand (de onderste gaatjes blijven open, de  rechterhand ondersteunt de fluit) g - c - c - b - b - a - a - g.... We horen nu alle hoge tonen, behalve de toon hoge d.
De kinderen kennen dit liedje en ze hebben het vaak gespeeld op hun schoolfluit,  maar ze spelen het nu op hun zelfgebouwde fluit en dat maakt alles anders...15 fluiten, 15 blije gezichten, één liedje.

Over het versieren van de fluit lees je een volgende keer.

Bea Kloosterman                                                                                 
                                                                                














woensdag 15 oktober 2014

Alle gaatjes in de fluit

Er zijn nu 15 fluiten met de grondtoon d. Dat is één  toon. Om een liedje te spelen, heb je meer tonen nodig. Daarvoor maken we in deze les gaatjes in de fluit.

Ik heb uitgemeten waar het eerste gaatje moet komen. Op die plaats heb ik een stipje gezet. De kinderen maken met een priem een klein putje. In dat putje zetten ze de handboor en..... draaien maar.

Met de priem een putje maken op de plaats van de potloodstip.

De boor al doordraaiend omhoog trekken.

Ik help even mee als de boor door het bamboe heen is. Je trekt de boor nu al doordraaiend omhoog. Dat is voor veel kinderen een moeilijke beweging. Ze willen het liefst terugdraaien maar dan komen er rafels rondom het gaatje. Ik luister naar de toon en teken met potlood een randje om het gaatje. Dat stukje moet weg gevijld worden.

Het gaatje groter maken zodat de toon hoger wordt.

Na controle kan het volgende gaatje worden gemaakt. Er komen zes gaatjes aan de voorkant en één aan de achterkant.

Nu kunnen we een liedje spelen! Hoe we dat doen vertel ik volgende week.

Bea Kloosterman

woensdag 8 oktober 2014

De D is de grondtoon in de fluit

Er zijn nu 15 fluiten met elk een prachtige toon. De hoogte van de tonen is heel verschillend. Sommige fluiten hebben een  c als laagste toon, andere een cis en alles wat daartussen in zit. In deze les breng ik met de leerlingen alle fluiten op de grondtoon d.

Het controleren van de toon met het stemapparaat
Aftekenen van het stukje dat afgezaagd moet worden.
Eerst stel ik met behulp van een stemapparaat de toonhoogte vast. Ik weet dat er per halve toon een centimeter van de bamboebuis afgezaagd moet worden. Dat teken ik met potlood af op de fluit. De leerlingen zagen het er af. Dat zagen doen ze draaiend: anders ontstaat er een splinter. Om te voorkomen dat de zaag wegschiet op het gladde bamboe en een beschadiging maakt op de fluit, leggen ze de wijsvinger tegen het zaagblad.

Leg je wijsvinger tegen het blad van de zaag tijdens het zagen om het wegschieten van de zaag te voorkomen.
Aan het einde van de les blazen alle kinderen op hun fluit.  Alle fluiten: dik, dun, kort of lang hebben dezelfde grondtoon. De verwonderde gezichten spreken boekdelen. Ik noem dat de eerste ervaring met 'samen beleven'.

Bea Kloosterman

vrijdag 3 oktober 2014

Het kabouteren van de fluit


Vorige week vertelde ik hoe de kinderen beginnen met bouwen: een bamboebuis uitzoeken, tussenschot weg vijlen, venster, kanaal en vensterbank maken.  Nu ga ik beschrijven hoe ik de fluit verder gebruiksklaar maak. In bamboekringen heet dat "kabouteren".

Als de kurk in de fluit past, moet er nog een klein vlakje afgesneden worden. Dat vlakje sluit precies aan op het kanaal. Als je de fluit op je onderlip legt en je bovenlip er iets overheen en blaast.........  dan hoor je een toon. Die toon ga ik thuis optimaliseren d.w.z. alles controleren: kanaal, vensterbank en kijken of de kurk de buis goed afsluit.




Een passende kurk zoeken
Een klein vlakje van de kurk afsnijden


De kurk passend maken aan het mondstuk
Voor de kinderen is het moeilijk om een strakke rechthoek te maken. Het is heel lastig om gelijke druk te geven met de vijl. Het venster heeft soms de vorm van een ovaal of van een trapezium. Dat maak ik strak rechthoekig zonder het venster groter te maken. Bij het vijlen van het kanaal is de ene kant vaak dieper dan de andere kant.  Zo kijk ik ook de vensterbank na. Soms moet ik de kurk nog iets uithollen.

Bamboe is niet altijd kogelrond. Als ik door de fluit kijk zie ik naast het licht van het venster nog andere kieren. Die maak ik dicht met behulp van tape of plakvilt. Als de kwaliteit van de toon goed is, ben ik klaar voor de volgende stap. Dan kan de kurk afgezaagd worden en passend gemaakt aan het mondstuk.

Als alle 15 fluiten nagekeken zijn, ben ik twee-en-een-half uur verder.

Bea Kloosterman

zaterdag 27 september 2014

Het schooljaar begint ook met bouwen


In klas 5 (groep 7) gaan de kinderen  hun eigen fluit bouwen. Ze hebben dan al 4 jaar op een schoolfluit gespeeld. Het begint met het uitzoeken van een bamboebuis, tussenschot wegvijlen, venster maken, en het kanaal en de vensterbank.

Ik ga bouwen met de helft van de klas. Dat zijn 15 leerlingen. Een assistent helpt bij het uitvoeren van de instructie. Ze zoeken een buis uit. Ik zeg dan: 'Pak er een die je aanspreekt: het voelt fijn, het ziet er goed uit voor jou'. Bamboe bestaat uit stukken, die stukken hebben een tussenschot aan de binnenkant. Dat tussenschot moet zo ver mogelijk weg gevijld worden met een grote ronde vijl.
Het vijlen van het tussenschot


Met de zaag maak je de vorm van het mondstuk.
 
Dan maak je het venster: dat is het luchtgaatje. Hoe groot het wordt, hangt af van de doorsnee van de bamboebuis. Meestal wordt het 4 x 6 mm. Eerst moet je met de priem een gaatje prikken en daarna een gaatje boren. Dat ronde gaatje moet een rechthoekje worden. Je begint met een half-ronde vijl. Daarmee vijl je naar de hoekjes. Dan ga je met een platte vijl verder.



Het kanaal, dat is het gootje waar de lucht straks van boven de fluit in gaat, breng je aan met de platte vijl. Het is een sleufje van 2 mm diep met loodrechte wanden die aansluiten bij het venster.

 
Nu kan de vensterbank gemaakt worden. Je houdt de platte vijl schuin en dan vijlen tot er een klein randje over blijft. De bovenkant van het venster moet beschermd worden met tape zodat er geen beschadiging komt.


Dan zoek ik een kurk uit mijn voorraad die in de fluit past. Die komt in het mondstuk, en wordt aangepast aan de vorm. Volgende week vertel ik hoe ik thuis aan de slag ga met het 'kabouteren' van de fluit.


Bea Kloosterman

zondag 21 september 2014

Mooi van Bamboe

Bamboe is een prachtig materiaal wat vele toepassingen kent. Deze zag ik kort geleden in het Volkskrant Magazine, het is een loopfietsje gemaakt door Greenchampbikes.
Ook mooie bamboe-toepassingen gezien? Stuur ze ons toe!

Fetsje Luimstra
Gevonden in Volkskrant Magazine

donderdag 18 september 2014

Het schooljaar begint met breien

In de klas worden de fluiten bewaard in hoezen. Aan het begin van het schooljaar breien de kinderen een hoes voor de fluit.

In klas 1 krijgen de kinderen les in breien. Als de lap lang genoeg is, mag hij dicht genaaid worden. Ja, en dan de koordjes draaien. Neem drie of vier draadjes wol, draai ze in elkaar. Trek het draadje door het oog van een schaar. Hang de schaar halverwege en dan draait het koordje vanzelf in elkaar. Zo'n koordje wordt door de bovenkant geregen met een knoop erin.


Dit is zo'n gebreide hoes met de grepentabel van de fluit eraan.
 

Dan kan de hoes met de bamboefluit opgehangen worden aan het daarvoor bestemde rek. Door de zelfgebreide hoes herkent ieder kind de eigen fluit.


Dit is de hoes van een reservefluit en een hoes van de fluit van juf of meester.

 
Bea Kloosterman